Ename
Ename, ik had steeds een zwak voor jou
jouw gebreken evenaarden de mijn
en daarom was je mij zo menselijk
en daarom leken onze banden ook zo oeverloos.
Laat ik dan een chauvinist zijn,
we trekken ons die roddelpraat niet aan.
Ename, laat je niet gaan,
maar bijt steeds door
en wacht tot ik jou teruggevonden heb.
Dan drinken w’er nog één
op jouw gezondheid
Ename, Ename, oud lief
ik kan nog van je houden,
Ename, jouw blik brengt me niet meer in euforie
maar je vertrouwd gelaat vertelt me
dat ik hier geboren ben.
Ename, eeuwenoude ankerplaats,
neem me steeds weer op in jouw vriendschap
want bij jou voel ik me thuis,
kom ik tot rust.
Ouwe eik, waar is je fris verleden
je abdij, je pittoreske kerken,
je paardenmarkt, rustten onder jouw loof.
Maar de parasieten tastten jouw groene twijgen aan.
Ook jij blijf niet gespaard
van buldozer en grondspeculatie.
Ename, laat je niet gaan
maar bijt steeds door.
Herpak je en ga over tot een nieuw begin.
Dan drinken w’er nog één
op jouw gezondheid. |